De Romeinse keuken

Romeinse keuken
Eten was in de Oudheid blijkbaar zo belangrijk, dat een groot aantal klassieke schrijvers zich met het onderwerp bezig hielden. De beroemdste auteur is wel Marcus Gavius Apicius, schrijver van ‘De re coquinaria’, ofwel ‘over kokszaken’. Apicius was een ware smulpaap, met een hoofdletter S. Hij leefde ten tijde van Keizer Tiberius in de eerste helft van de eerste eeuw n.Chr.

De maaltijd
De moderne mens wordt doodgegooid met adviezen om goed te ontbijten. Maar ook de Romeinen hadden weinig tijd en aten een eenvoudig ontbijt of ientaculum. Dit ontbijt bestond uit brood, gedoopt in melk of wijn, eventueel met wat honing, vruchtenmoes of een stukje kaas, enkele olijven, een gekookt ei of wat fruit of noten. Sommigen aten thuis, anderen aten snel wat bij een van de vele bakkers, die de steden rijk waren. Veel Italianen doen dat trouwens nog steeds.
Ook het middageten of prandium was eenvoudig. Vaak was het te warm om iets te koken en wilde men snel naar het badhuis. Men at wat brood of puls, een kruidenkaas, moretum genaamd, of een geitenkaas met wat olie, azijn en diverse kruiden waaronder knoflook en honing. Ook eieren als spiegeleieren of omelet, eventueel met honing en kruiden, champignons, olijven, seizoensfruit of ingemaakt fruit, gedroogde vruchten (dadels, vijgen, kersen, appeltjes) of ingelegde kersen (vergelijkbaar met amarena-kersen) en noten: beukennoten werden gegeten. Daarbij dronk men dikke melk, aangelengde wijn of vruchtensap. De dikke melk was mogelijk een soort yoghurt, kwark of ingedikte of zure melk. Na het maal togen de Romeinen naar het badhuis, waar werd gezwommen, gesport, gebaad en men zich liet masseren. Vanzelfsprekend kregen de Romeinen daar honger van. Slimme handelaren verkochten in taberna’s nabij de badhuizen kleine hapjes, waaronder koekjes, snoep, gemarineerde groenten, of gedroogd fruit en diverse soorten gehaktballen, paté en worstjes.

Cena
Het avondmaal heette cena. Is feite is het woord avondmaal een beetje bedrieglijk, omdat de maaltijd in werkelijkheid begon rond 4 of 5 uur ’s middags. Afhankelijk van de financiële mogelijkheden van de betrokkene werd een klein of een groots maal opgediend. Arme stedelingen hoopten elke dag opnieuw een uitnodiging te krijgen van hun patroon. Dit verdient enige uitleg. De Romeinse samenleving kende het patroon-cliëntsysteem, waarbij de patroon in ruil van diverse diensten of stemmen zorg droeg voor zijn cliënten. Dit kon betekenen dat de patroon de cliënt bijstond en hem bescherming bood, maar ook dat de cliënt voedsel kreeg. In het extreme werd dit systeem doorgevoerd door de Romeinse keizers die regelmatig op feestdagen, bij grote spelen of op normale dagen voedsel en geld uit lieten delen.
De cliënten die werden uitgenodigd bij hun patroon, konden zich gelukkig prijzen. Zoals blijkt uit gedichten van Martialis, was het toegestaan om allerlei gerechten en hapjes mee naar huis te nemen. Vaak werden deze kliekjes een dag later weer gebruikt als ontbijt of middageten. En zo hadden veel cliënten te eten in ruil voor steun aan hun patroon. Twee inscripties uit Pompeii getuigen van het gebruik:

“Iemand bij wie ik niet eet, beschouw ik als een barbaar” (CIL VI 1880)

“Moge het iedereen goed gaan die mij voor de maaltijd uitnodigt” (CIL IV 1937)

Ad cenam! Aan tafel bij Pax Romana
Tijdens de optredens van Pax Romana koken de burgers de heerlijkste Romeinse gerechten volgens de authentieke recepten van Apicius. Wij hebben de afgelopen acht jaar veel ervaring opgedaan in het maken van Romeinse delicatessen, kleine hapjes, en volledige maaltijden met vele gangen. Natuurlijk is het niet de bedoeling dat de bezoeker slechts toekijkt. Graag delen wij dit heerlijke eten met eenieder die dat wil.