Caput contubernii: de mysterieuze rol van de decanus

Caput contubernii: de mysterieuze rol van de decanus
Door Sander van den Brink, archeoloog en lid van Vereniging Pax Romana.
Gouda, februari 2015


De decanus stond, als een van de acht soldaten, aan het hoofd van een contubernium. De Griekse benaming voor de decanus is waarschijnlijk dekadarchos.1 Zijn functie is goed te vergelijken met een moderne soldaat eerste klas. Over de decanus is vrijwel niets bekend. De decanus was zeer waarschijnlijk geen rang maar een functie. De decanus wordt slechts één keer in historische bronnen genoemd, door Vegetius: “Erant decani, denis militibus praepositi, qui nunc caput contubernii vocantur.” 2
Vertaling (Frank Broeke): Er waren decani, die elk aan het hoofd stonden van 10 soldaten, die nu [ten tijde van Vegetius, begin 5e eeuw n. Chr.] het hoofd van een contubernium genoemd worden’.


Vegetius spreekt in dit werk over de opbouw van het Romeinse leger in de 1e eeuw n. Chr., maar gaat uit van de omvang van een contubernium in zijn tijd. De naam decanus is afgeleid van decem, wat ‘tien’ betekent. In werkelijkheid bestond een contubernium in de 1e eeuw n. Chr. uit acht soldaten. Pas onder Hadrianus werd dit verhoogd tot tien soldaten per contubernium.3 De Joodse schrijver Josephus beschrijft een situatie waarin een muur gebouwd moet worden. Niet alleen de legeronderdelen concurreerden om wie het eerste klaar was, ook binnen de eenheden zelf was er concurrentie. De soldaten wilden hun decanus tevreden stellen, maar de decanus ook zijn centurio, de centurio de tribuun, en de tribuun de legaat.4


Bij gebrek aan overige bronnen is het lastig om de taken van een decanus te beschrijven. Gezien zijn positie aan het hoofd van een contubernium lijkt het aannemelijk dat zijn verantwoordelijkheden zich tot zijn tent of barak beperkten. Mogelijk was hij verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken binnen de tent of barak, maar ook bij het opbouwen en afbreken van ‘zijn’ contuberniumtent in een veldkampement.
Ondanks dat de decanus vaak met twee veren op de helm wordt gereconstrueerd, zijn er geen bronnen of aanwijzingen die hierop wijzen. Het gebruik van veren op de helm lijkt een kenmerk te zijn geweest van o.a. Legio I Adiutrix, Legio II Adiutrix en Legio V Alaudae.5


1 Flavius Josephus, De Bello Judaico V.12.503.
2 Vegetius, Epitoma Rei Militaris II.8.
3 Der Kleine Pauly, Band 1, “Contubernium”, p. 1298.
4 Flavius Josephus, De Bello Judaico V.12.503.
5 Bishop, M.C., 1990: Legio V Alaudae and the crested lark, Journal of Roman Military Equipment Studies 1, p. 161-164.